Welkom!

Mijn echte naam is Tessa.

Ik ben 19 jaar oud en ik woon in Groningen. Momenteel studeer ik niet maar werk ik in een hotel. In September begin ik met de studie MWD (Maatschappelijk werk en dienstverlening). Daarna wil ik psychologie gaan studeren.

Verder ben ik Lesbisch. En single, wat me prima bevalt! Ik ben gek op schrijven, uitgaan, winkelen, films, muziek, restaurants, terrasjes, bioscoop, reizen, etc..

Genoeg eerst lijkt me!

Dilemma

Drugs, een verdoofmiddel maar ook zoveel meer. Waarom begin je aan drugs? om aan de wereld te ontsnappen? Omdat je nieuwsgierig bent? Omdat alle anderen uit je omgeving het ook doen? Genoeg redenen inderdaad.

Moet je alles geprobeerd hebben om mee te kunnen praten? Je leven bestaat uit ervaringen. Dus om te leven moet je dingen ervaren. Nieuwe dingen, keer op keer weer.

Waar ligt de grens tussen het gebruiken van je verstand en het luisteren naar nieuwsgierigheid? Hoe kun je verstand van iets hebben als je het nog nooit ervaren hebt. Uit verhalen? omdat je het ergens gezien of gelezen hebt? Heb je het dan ook zelf ervaren? Is een ervaring dan iets wat zich in je hoofd afspeelt. Of iets wat echt gebeurd. Wat is echt, wat is waanzin.

Het is een onduidelijke grens. Je gebruikt geen drugs. Dus je hebt die ervaring ook niet. Kun je dan de mensen die het wel gebruiken veroordelen? Omdat zij kiezen voor de ervaring in plaats van onwetendheid? Omdat zij kiezen voor een herinnering in plaats van een gedachte? Een fantasie?

Je leven bestaat uit ervaringen. Je krijgt een begin en een einde. De rest moet je zelf opvullen. Met ervaringen. De dood is het einde van het begin. De tijd tussen het begin en het eind is kort en kostbaar. Drugs is maar een voorbeeld van een ervaring. Hoe vaak zeg je nee tegen iets nieuws. Hoe vaak mis je een ervaring uit angst. Dit geldt voor zoveel dingen. Liefde, bijvoorbeeld ook. Zeg je nee tegen liefde uit angst voor pijn? Zeg je nee tegen parachutespringen omdat er zoveel mis kan gaan? Doe je wat de mensen van je verwachten omdat de angst voor het onbekende zo groot is? De angst om er alleen voor te staan?  Kies je voor een ander omdat je niet voor jezelf durft te kiezen?

 Mensen zijn kuddedieren. Ze volgen de rest, luisteren naar de rest en reageren op de rest. Stap je uit de kudde dan sta je alleen. En probeer je dan maar eens te redden. Alleen.

Maar stel je voor dat je eruit stapt. Voor een tijdje. Je staat alleen en hebt ook meteen alleen jezelf. En je gaat dan eens echt leven. Voor jezelf. Je gaat ervaren. Alles wat onbekend is maak je jezelf bekend. Je leert niet alleen jezelf kennen maar ook alle anderen. Want tussen de massa zie je de mensen niet. Maar als je boven de massa uitsteekt, zie je alles ineens heel duidelijk. En dan valt je ineens op dat een mens in een massa niets is. In de massa valt niemand op. Je ziet inderdaad door de bomen het bos niet meer.  

 

 

'Slaaf'

Ik zie je, maar je ziet mij niet. Zo jaloers ben ik op de mensen die jij je vrienden noemt. Zo jaloers ben ik op de meisjes die jij versiert, voor één avond. Ja, ik ben zelfs jaloers op de sigaret die jouw lippen aanraakt. Je bent een genieter, zeg je. Maar ik weet dat je liegt. Ik zie het in je ogen. Ze stralen niet, ze stralen nooit. Zelfs als je lacht heb je een trieste, harde blik in die prachtige ogen van je. Zo graag wil ik je vasthouden. Je zeggen dat ik zielsveel van je houdt. Je beloven dat alles goed komt, dat ik altijd voor je zal zorgen. Maar ik zeg het niet. Je zou er niets mee kunnen. Je ziet me niet. Je voelt me niet. Je wilt me niet. Toch? Dat zeg je tenminste, je zegt dat je geen relatie wilt. Dat je gek op me bent maar tegelijkertijd ook bang bent voor de gevolgen. Je bent bang om gekwetst te worden. Je bent het zat om je hart kwetsbaar op te stellen. Om jezelf kwetsbaar op te stellen. Dus laat je niemand meer toe. Je hebt je hart diep weggestopt en je gevoelens genegeerd. Wie heeft jou toch zoveel pijn gedaan? Wie heeft jou zo gebroken, ervoor gezorgd dat je niemand meer dichtbij je laat? Wie heeft jou veranderd in wat je nu bent?
Nu leef je van dag tot dag. Zorg je dat je constant bezig bent, alles is goed, zolang je maar niet hoeft te voelen. Nu ben je altijd alleen, omdat dat de keuze is die je hebt gemaakt. Nu bel je me soms midden in de nacht. Om te zeggen dat je me nodig hebt, dat je me mist. Of ik alsjeblieft langs wil komen. En ik kom ook, elke keer weer. Ik kom om je vast te houden, je te knuffelen, je te zeggen dat je prachtig bent. Je te steunen in alles wat je onderneemt. Ik kom om vervolgens de volgende ochtend weer te vertrekken. Je bent weer opgepept en mij heb je niet meer nodig. Tenminste voor een tijdje dan. En ja, je negeert me dan ook. Net zolang totdat je me weer belt. Je gebruikt me. Je gebruikt me op alle vlakken. Ik ben je slaaf. Ik ben je slaaf omdat ik niet zonder je kan. Jij bent mijn lucht die ik nodig heb om te ademen. Eigenaardig eigenlijk, het ene moment zeg je me dat je niets zou zijn zonder mij, het volgende moment ben ik niets voor jou. En ik haat mezelf hierom, ik haat jou omdat je me zo kunt kwetsen. Ik haat het dat ik zo zwak ben. Te zwak om je te zeggen dat je voortaan je eigen boontjes moet doppen. Dat je maar iemand anders moet vinden om te gebruiken. Te zwak om te zeggen dat ik je slaaf niet meer wil zijn. Ik wil jou niet kwijt, dus raak ik langzaamaan mezelf kwijt in jou. En weetje, het begint me steeds meer tegen te staan. Want ik weet zeker dat je me niet altijd zult blijven bellen. Er zal een dag komen dat je me vergeet, dat je me niet meer nodig hebt. Er zal een dag komen dat je me kwetst, mijn hart in stukken slaat. Er zal een dag komen dat ik stop met voelen en net als jij zo hard als steen wordt.

'Alles Kapot..'

Zuurstof, het zou er gewoon moeten zijn. Maar Sara krijgt amper lucht. Het is alsof alle zuurstof verdwenen is. Ook hoort ze niets meer. De mensen om haar heen lachen en dansen op de muziek. Maar Sara hoort geen muziek of lachende mensen. Nee ze hoort niets meer. Ze ziet alleen twee vrouwen. Hun armen om elkaar heen. Ze zoenen, met zoveel passie, zoveel verlangen. Ze kent ze allebei. De één is haar vriendin Kris, waar ze al 4,5 jaar een relatie mee heeft . De ander, haar beste vriendin Susan die ze al vanaf groep 3 van de basisschool kent, wat dus ongeveer 15 jaar is. Sara staat te trillen op haar benen, kan niet geloven wat ze nu ziet. Het is niet echt. Dit moment, waarin ze alles wat ze lief heeft kwijtraakt. Duizelig doet ze een stap achteruit. Alles wordt wazig. En dan, vlak voordat ze flauwvalt, kijkt ze recht in de geschokte ogen van de twee belangrijkste personen in haar leven. Haar ogen vallen dicht, ze zakt in elkaar en alles is zwart.
Als Sara weer bij komt, ligt ze midden op de dansvloer. Alle aandacht is op haar gericht, nieuwsgierige blikken staren haar aan. Kris die naast haar zit, gehurkt. Haar voorhoofd afdept met een nat doekje. Susan, die haar een glas water aanreikt.
Ze pakt het aan, kijkt erna, brengt het naar haar mond maar bedenkt zich dan. Ze ziet dezelfde twee personen die nu naast haar zitten weer voor zich. Hoe ze elkaar zoenden met complete overgave. Ze wordt op slag misselijk. Ze kijkt Susan aan met een blik vol walging en gooit dan het water in haar gezicht. 'Rot op!' Zegt ze dan kwaad. Ze staat op, valt bijna weer. Duizelt even en loopt dan weg. 'Sara, wacht!' Het is Kris die haar naroept. Ze wordt bij haar arm vastgegrepen. Het zwakke gevoel van de flauwte maakt plaats voor een enorme kracht. Een agressie die door haar hele lichaam heen raast. Ze voelt zich op dit moment in staat om alles binnen handbereik kort en klein te meppen. Ze draait zich met een ruk om. Tranen stromen over haar wangen. Ze is gebroken, van binnen. Nog nooit is ze zo gekwetst, zo bedonderd. Van schrik laat Kris los. Ze moet het gevoelt hebben, ze moet het door hebben. Sara's ogen zeggen genoeg. De woede is van haar gezicht af te lezen. Sara rent weg, zo hard als ze kan. Ze rent de straat uit, de hoek om, blijft rennen. Ze rent totdat ze niet meer kan. Totdat alles pijn doet. De steek in haar zij is vreselijk. Ze gaat op een bankje zitten en zakt in elkaar. Tranen glijden over haar hele gezicht, ze huilt, kan niet meer stoppen met huilen. De zoen tussen Kris en Susan die zo intiem was geweest is het enige waar ze aan kan denken. Sara kijkt naar de lucht. Zoveel sterren schitteren daar, het zou prachtig moeten zijn. Maar haar tranen maken van al die sterren één wazige warboel van lichtpuntjes. Dan plotseling staat ze op. Langzaam loopt ze weg. Ze wil naar huis.
Het is als een film dat zich afspeelt in haar hoofd. De jaloerse gesprekken die ze met Kris gevoerd had. Ja, ze was al wantrouwig geweest. De spanning tussen Kris en Susan was haar al veel eerder opgevallen. Al weken had ze het gevoel gehad dat er iets gaande was tussen die twee. Een gevoel dat de laatste dagen verergert was. Een stemmetje had zich in haar hoofd genesteld om haar constant achterdochtig te maken. Dat stemmetje was ook de reden geweest voor haar onverwachte besluit om toch naar het feest te gaan. Het feest waar ze eerst niet heen zou gaan, omdat ze te moe was. Het feest waar Susan en Kris uiteindelijk maar samen naartoe waren gegaan. Haar alleen achterlatend. En al snel was ze onzeker geworden. 'Ze zijn alleen op het feest Sara.' 'Je laat ze zomaar samen gaan.' Ze had nergens anders meer aan kunnen denken. Natuurlijk had ze eerst geprobeerd het te negeren. Dit wantrouwige jaloerse gevoel. Het was toch ook belachelijk! Ze zouden nooit iets doen om haar te kwetsen... Toch? Maar uiteindelijk had ze toegegeven. Even langs wippen kon toch geen kwaad had ze zichzelf toegesproken. Gewoon even hallo zeggen, je zult zien dat er niets aan de hand is. En dan kun je tenminste rustig slapen. Dus had ze haar jas gepakt. En was ze op weg gegaan. Naar het feest, een klein uurtje nadat Kris en Susan waren vertrokken. De film die zich in haar hoofd afspeelt hapert bij het punt dat ze Kris en Susan samen betrapte. Alsof iemand op de pauzeknop gedrukt heeft. Het beeld wil niet meer weg en is nu het enige waar ze aan kan denken. Het enige wat ze nog ziet alsof het op haar netvlies is geplakt. Zoveel agressie, zoveel woede en pijn. Alles is één grote leugen geweest, beseft ze nu. Ze hadden een toneelstuk gespeeld, Kris en Susan. En zij? Zij was hun publiek geweest. Wanneer is dit begonnen? Hoe lang is dit al bezig? Hoe lang is Kris al gek op Susan? En andersom? Zijn ze echt gek op elkaar? Had Kris al die tijd aan Susan gedacht? Was het niet zij maar Susan geweest die Kris opwond, haar gelukkig maakte. Waarover ze fantaseerde? Is dit hun eerste zoen? Of hebben ze al veel meer dingen gedaan? Hebben ze al seks gehad?
Gek, ze wordt gek van deze gedachten, wil het liefst gillen, alles kapot gooien. En dan staat ze plotseling voor haar eigen deur. Ze is thuis maar heeft niets gemerkt van de weg ernaartoe. Ze heeft het allemaal in een soort waas afgelegd. Twijfelend blijft ze voor de deur staan. Ze wil hier helemaal niet zijn. Dit is haar thuis niet meer. Maar waar moet ze naartoe? Ze kan voor het eerst niet naar Susan, haar beste vriendin, haar maatje. Iemand die altijd voor haar klaarstond. De persoon die ze voor 100 procent vertrouwde heeft haar nu gewoon keihard bedonderd. Alsof hun vriendschap niets had voorgestelt. In één klap zijn de twee belangrijkste personen uit haar leven haar ontnomen. En dit door die personen zelf. Ze zijn dus gek op elkaar dat is Sara wel duidelijk na die zoen.
Dan gaat ze toch naar binnen. Ze loopt naar het bureau en gooit alles ervan af. De bureaulamp knalt kapot op de grond. Het kopje met de koud geworden koffie belandt zonder pardon op het tapijt om daar tussen de scherven een grote bruine vlek te creëren. Het servies dat netjes in de kast staat wordt met een enorme hoeveelheid agressie op de grond gesmeten. Daarna zakt ze zelf in elkaar, Ze houdt haar handen voor haar gezicht. De tranen stromen naar beneden en vallen dan op het tapijt, naast de bruine koffievlek. Dan na een aantal minuten, als Sara iets rustiger is, staat ze op. Eén ding is zeker, ze blijft niet hier. In het huurhuis van Kris waar ze 6 maanden geleden bij ingetrokken is. Ze loopt naar boven en pakt haar weekendtas. Ze wil hier zo snel mogelijk weg, alles achter zich laten. Ze weet dat ze snel moet zijn als ze Kris wil ontlopen, want die zal zo wel thuis komen. Ze gooit een aantal broeken, truien, ondergoed en dergelijke in de weekendtas. Geld, mobiel en andere belangrijke dingen stopt ze in haar handtas. De rest laat ze achter, het kan haar gestolen worden. Zoekend kijkt ze rond of ze nog iets belangrijks vergeet. Ineens bedenkt ze dat ze in haar nachtkastje nog sigaretten verstopt heeft. Die zijn verstopt omdat Kris denkt dat ze gestopt is met roken. Is ook zo, alleen heeft ze soms nog een kleine terugval. Dit is daar een prima voorbeeld van. Ze pakt het pakje en steekt een sigaret op. Meteen wordt ze iets rustiger. Met de sigaret in haar mond pakt ze snel de twee tassen en haar autosleutels. Dan loopt ze naar beneden. Daar drukt ze de sigaret uit in de wasbak. Nog één keer kijkt ze de woonkamer in. Ze beseft dat ze een behoorlijke chaos achterlaat, maar dat kan haar op dit moment niets schelen. Net als ze de deur open wil doen hoort ze hoe er aan de andere kant een sleutel in het slot wordt gestopt. Shit ze is te laat. Kris is terug.
Kris doet de deur open en schrikt van Sara die ineens vlak voor haar staat. 'Sara!' 'Goddank, je bent er nog!' Zegt Kris duidelijk opgelucht. Maar dan ziet ze de grote weekendtas in Sara's handen. 'Nee Sara, alsjeblieft!' 'Ga niet weg!' 'Laat het me uitleggen, het was.. Ik weet het niet, het gebeurde gewoon ineens.' 'Geloof me dit was de eerste keer!' 'Alsjeblieft Sara, het was ontzettend fout ik weet het!' 'Maar ga niet weg, laten we het uitpraten!' Zegt Kris compleet in paniek. Sara kijkt Kris aan. Ze voelt de tranen weer omhoog komen. 'Er valt niets meer uit te praten Kris.' 'Ik heb je altijd gezegd dat alles voorbij zou zijn als je ooit vreemd zou gaan,' zegt Sara dan. 'Alsjeblieft, ik weet niet wat me bezielde!' 'Ga niet weg!' 'Ik smeek je, ga niet weg!' Kris huilt nu echt. Sara bijt op haar lip. Twijfelt heel even of ze echt niet wil horen hoe alles nou precies zit tussen Kris en Susan. Maar neemt dan een beslissing. 'Het is over Kris, je hebt het verknald.' 'Alles is kapot.'
En met deze woorden loopt ze langs Kris naar haar auto. 'Sara!!!' Schreeuwt Kris haar na. Sara wil in haar auto stappen maar Kris grijpt haar wanhopig vast. 'Sara alsjeblieft!' 'Laat het me uitleggen, alsjeblieft!' Sara rukt zich los en kijkt Kris woedend aan. Ze huilen nu allebei. 'Het spijt me zo,' Kris haar make-up is over haar hele gezicht uitgelopen. 'Alsjeblieft ga niet bij me weg.' Maar Sara stapt in haar auto. Ze gooit de deur met een knal dicht. Kris wil de deur weer open doen. 'Sara, ga niet weg!' Roept ze nog. Maar Sara start en rijdt weg. Ze voelt zich vreselijk. Ze is gebroken. Alles is kapot.

Wauw!

Voorzichtig probeer ik zo onopvallend mogelijk naar haar te kijken. Maar alsof ze het aanvoelt kijkt ze precies op hetzelfde moment naar mij. Snel kijk ik weg. Ik voel hoe mijn wangen rood worden. Vreselijk is dit. Zo verlegen, als ik haar zie. Toch kijk ik nog een keer, maar ik kijk recht in haar schitterende bruine ogen. Ze glimlacht. Ik glimlach terug en draai me snel om. Ik schaam me kapot. De bel gaat, de pauze is voorbij. Het is fijn om de hele tijd aan één persoon te moeten denken, weg te dromen bij elke nieuwe mooie gedachte over haar. Maar het is onhandig tijdens de lessen. Ik volg ze niet. Ik ben niet de enige die op haar valt. Veel jongens, heel veel jongens vinden haar leuk. Dat is me al lang opgevallen. Ze flirt ook met ze, of eigenlijk lijkt het meer op een soort spelletje. Het flirten van haar, zo plagerig als ze kan zijn. Met haar uitdagende ogen, die je doordringend aan kijken. Ja, ze is zeker populair. Nieuw en populair, aangezien ze nu net een maand op deze school zit. Samen met een paar vrienden loop ik na een saai uur economie de trap af naar het volgende lokaal, geschiedenis. Lachend om een stuntelige versierpoging van een jongen die al een tijdje gek op me is. 'Geloof me Tes, die jongen springt nog eens voor de trein als je hem blijft afwijzen!' Zegt Jorien lachend. Ik grinnik, en probeer me voor te stellen hoe dat eruit zou zien. Een compleet wanhopige jongen die mijn naam nog een keer luid uitgilt en dan onder een trein springt. Nee, geen plezierige gedachte. 'Hej Tes!' Iemand roept me van bovenaan de trap. Als ik omhoog kijk zie ik dat het Bart is. Een goeie vriend van me, een echte player dat wel. Maar aangezien ik niet op jongens val en dat algemeen bekend is, hoef ik me nergens zorgen om te maken. Ik ken Bart al vanaf de basisschool. Echt mijn beste vriend. Ik lach en zwaai naar hem. Als ik me weer omdraai bots ik bijna tegen iemand op. Zij is het. Mijn hart staat even stil, herstelt zich snel en gaat dan als een gek tekeer. 'Dat ging net goed,' zegt ze dan en ze lacht. Een schitterende lach. Ik smelt, ik vlieg, ik sta in brand. Ik kijk haar aan, mijn keel op slag droog, er komt geen woord uit. Verlegen lach ik terug. Geen idee wat ik moet zeggen of doen. Ze lacht nog een keer, een kort lachje, waarbij ze maar één kant van haar mond beweegt. Het heeft iets uitdagends dit lachje. Dan loopt ze langs me heen, haar hand raakt heel even die van mij. Weer een schok, doet ze dat expres? Nee, natuurlijk niet. 'Tes, doe normaal,' zeg ik tegen mezelf. En ik loop naar mijn lokaal. Natuurlijk volg ik helemaal niets van de les.
Weer pauze. De zon schijnt fel en het is heerlijk warm buiten. Wat opvallend is aangezien het begin maart is. Officieel nog winter dus. Het plein stroomt vol en al snel is het druk en gezellig buiten. 'Wat hebben we zo,? Vraag ik. 'Tussenuur!' Zegt Roos vrolijk. 'Dan gaan we mooi ergens op het gras liggen,' zeg ik lachend. En we zoeken met z'n allen een gezellig plekje op. Bart komt erbij zitten met wat vrienden. Hij haalt twee boxen uit zijn tas. 'Muziekje dames?' Zegt hij dan. 'Graag!' Antwoord ik. En een paar tellen later liggen we heerlijk in de zon, te kletsen met chips en muziek. 'Daar komt ze,' zegt Bart dan ineens terwijl hij één van zijn vrienden aantikt. Ik kijk ook, nieuwsgierig wie hij bedoelt. Al had ik dat van tevoren ook wel kunnen weten. En ik heb gelijk. Natuurlijk bedoelde hij haar. Bart staat op. 'Hoe zie ik eruit? Vraagt hij dan aan mij. 'Lekker!'zeg ik lachend terug. Ik krijg nog een snelle knipoog en dan loopt hij weg. Naar haar toe. Ik voel hoe mijn maag zich omdraait in mijn buik. Natuurlijk zal ze voor de charmes van Bart vallen. Zoals elk meisje dat doet. Ook al heb ik al die tijd wel geweten dat de kans dat ze op meisjes valt minuscuul is. Zo vrouwelijk als ze is, zo vrouwelijk gekleed, haar nagels netjes gelakt. Al wil dat nog niets zeggen, geen mens die het van mij had verwacht, iedereen was verbaasd geweest. Maar zij, ik weet het echt niet. De enige keer dat we met elkaar gesproken hebben is nog geen uur geleden. Hoe dan ook ik zal er snel genoeg achter komen. Aangezien Bart nog nooit afgewezen is.
Lullig voor Bart, hij is mijn beste vriend, maar ik hoop met heel mijn hart dat hij deze keer een blauwtje loopt. Egoïstisch misschien? Maar ik kan het niet helpen. Ze mag niet op Bart vallen. Het liefst op geen enkele jongen natuurlijk, maar absoluut niet op Bart. Dan zou ik ze dagelijks samen moeten zien. Een gedachte die ik zo snel mogelijk weer uit mijn gedachten ban. Bart praat met haar nu. Ze lacht, hij wijst naar ons. En ze kijkt, ze kijkt heel even naar de rest en dan naar mij. Waarschijnlijk vraagt hij of ze erbij wil zitten, want ze komen nu deze kant op. Snel draai ik me weer om en begin een onzinnig gesprek met Jorien. 'Ga jij nog uit zaterdag?' Vraag ik haar. 'Geen idee, heb jij zin om te gaan dan?'
'Ja, lijkt me leuk, ik heb wel zin om weer uit te gaan' zeg ik dan.
'Hej, draait Max niet deze zaterdag?'vraagt Jorien dan. 'Volgens mij wel,'zegt Roos terwijl ze naar haar sigaretten reikt. 'Dat meen je!' 'Hij is zó leuk!' 'Dan moeten we zelfs uit zaterdag!' Zegt Jorien. Ik lach, Jorien is al weken gek op Max. Een student die af en toe in onze vaste kroeg draait. Dan komt Bart weer terug, samen met haar.
'Mensen,' zegt hij. 'Dit is Angelien!'
Angelien, ze heet Angelien, gaat er door mijn hoofd. Zo blij dat ik eindelijk haar naam weet. 'Jorien,'zegt Jorien dan terwijl ze even naar Angelien kijkt om vervolgens weer verder in haar tijdschrift te lezen. Angelien gaat het rijtje bij langs en eindigt bij mij. 'En jij bent?' vraagt ze terwijl ze lachend een wenkbrauw omhoog trekt. Je zou bijna denken dat ze er van geniet, om met mij te spelen. 'Tessa,' zeg ik terwijl ik mezelf weer rood voel worden. Ze strekt haar arm naar me uit, om me een hand te geven. Onhandig sta ik op, ik struikel en val bijna. Het gaat net goed. Zo rood als een tomaat schud ik haar hand. Ze houd mijn hand net iets langer vast dan nodig en kijkt me aan, pretlichtjes schitteren in haar ogen. Dan draait ze zich weer om naar Bart. Ik kan net niet horen waar ze over praten. Ik ga weer liggen en sluit mijn ogen. Mijn hart gaat nog steeds als een razende tekeer. Ik baal van mijn reactie. Waarom kan ik niet gewoon normaal reageren als ik bij haar ben. Weet ik nooit wat ik moet zeggen. Ze vind me vast een gek. Een klungel, want dat ben ik ook bij haar. Ik struikel verdomme zelfs wanneer ik haar hand wil schudden! Roos, die net even naar het toilet was, komt weer terug. 'Tes! Je hebt zo meteen nog een tussenuur!' Zegt ze dan. 'Alleen ik? Vraag ik dan. 'Ja, Biologie valt uit, maar M&O niet.' Antwoord Roos. 'Verdomme dat meen je niet! Dan zit ik hier een uur in mijn eentje!' Typisch iets wat mij moet overkomen. Angelien draait zich om. 'Ik heb zo ook een tussenuur,' zegt ze dan. Slik, ze moet niet zo onverwacht tegen me aan gaan praten. Ik schrik elke keer weer. 'O, oké, dan zit ik hier tenminste niet alleen.' Zeg ik zachtjes. Verdomme wat is dit nou weer. Kan het nog enthousiaster? Nu denkt ze vast dat ik het niet leuk vind om samen met haar een uur door te brengen. 'Als je zin hebt, het hoeft niet,' zegt ze dan snel. 'Nee, het lijkt me juist gezellig!' Zeg ik verschrikt en net iets te hard. Ze lacht, weer die halve lach. Er is iets met die lach, het heeft iets aantrekkelijks. Ik lig aan haar voeten als ze zo lacht. 'Oké,' zegt ze. En ze draait zich weer om. Mijn hart maakt een vreugdesprongetje. Een heel uur samen met haar, alleen met haar. Ik slik, een heel uur, alleen met haar...
En dan gebeurd het, ik word zenuwachtig. Echt vreselijk zenuwachtig. Wat moet ik tegen haar zeggen? Straks weet ik niets, en krijgen we zo'n zenuwslopende stilte. Straks vindt ze me saai. Of val ik tegen. Ik begin mezelf op te naaien, en al snel voel ik me net alsof ik zo meteen aan de leeuwen gevoed ga worden. De bel gaat, het plein stroomt langzaam leeg. Ik moet snel iets bedenken. Ik kijk naar haar, ze kletst met Jorien en Bart. Zachtjes tik ik haar op haar rug. 'Ik ben heel even naar de wc, ben je hier zo meteen nog?' vraag ik dan. 'Ja, ik ga nergens heen,' zegt ze terwijl ze me weer zo'n uitdagende blik toewerpt. 'Oké,' zeg ik en snel draai ik me om en loop weg. Het is wel raar, zoals ze steeds met me omgaat. Speelt ze nou een spelletje met me? Of is ze misschien echt geïnteresseerd? Ze is echt niet te begrijpen. Ze flirt met de jongens, ook met Bart. Tenminste zo lijkt het. Maar ik krijg het gevoel alsof ze ook met mij flirt. Maar wat is nou gemeend? Met wie speelt ze nu een spelletje en wie vind ze echt leuk? Vind ze überhaupt wel iemand echt leuk? Misschien doet ze altijd wel zo en verwacht ik er gewoon veelte veel van. Ik bedoel hoe goed ken ik haar nou, helemaal niet. Ik moet gewoon weer met twee benen op de grond gaan staan. Ze is hetero, ze krijgt straks iets met Bart of één van de andere jongens. Ik kan haar maar beter zo snel mogelijk vergeten en gewoon normaal tegen haar gaan doen. Anders kwets ik mezelf alleen maar. In de toiletten laat ik wat lauw water over mijn polsen vallen. Fatsoeneer ik mijn make up en haar en haal ik een paar keer diep adem. 'Je kunt het,' zeg ik zacht tegen mezelf. Ik wil net naar buiten gaan, als er iemand binnenkomt. Het is Angelien. Weer botsen we bijna tegen elkaar op. Ze lacht. 'Dat is al de tweede keer vandaag,' zegt ze. Ik lach terug. 'We hebben gewoon een bepaalde aantrekkingskracht,' zegt ze dan. Terwijl ze het elastiekje uit haar haren haalt. Ik weet niet wat ik daarop moet zeggen. Wat bedoelt ze met die opmerking. 'Bart heeft me een hoop over je verteld,' zegt ze dan. 'Over mij?' Vraag ik dan verbaasd. 'Ja,' zegt ze terug en ze kijkt naar me via de spiegel. Ze heeft een onderzoekende blik nu, alsof ze benieuwd is naar mijn reactie. Alsof ze ergens achter wil komen. 'Waarom hebben jullie het over mij gehad?' 'Ik kan me een heleboel leukere gespreksonderwerpen voorstellen' Zeg ik dan terwijl ik haar zo nonchalant mogelijk probeer aan te kijken. Vurig hopend dat ik normaal over kom. Dat ze niet doorheeft, dat ze me nu vreselijk nieuwsgierig heeft gemaakt. Ze zegt niets terug, maar kijkt me alleen maar aan, via die spiegel. Haar blonde krullen hangen nu los om haar hoofd. Ze ziet er echt prachtig uit zo. Ik draai me om en ga voor het raam staan. Ik staar naar buiten. 'Het weer is mooi hè?'zeg ik dan, een poging om de stilte te verbreken. 'Ja, zeker voor deze tijd van het jaar,' Antwoord ze. En ze gaat naast me staan. Nog even en ze veroorzaakt een hartaanval bij me. Mijn hart klopt zo snel dat ik mijn bloed als een orkaan door mijn aderen voel stromen. Ik krijg het warm. Mijn ogen worden als een magneet naar haar toegetrokken. Ze kijkt terug, ze heeft iets aparts in haar blik, verlangen misschien? Er zit niet meer dan een paar centimeter nu tussen onze hoofden. Ik voel haar adem over mijn gezicht heen. Voel ik dit nou goed? Het lijkt wel alsof ze sneller ademt. Er hangt een plukje voor haar ogen, die ik zachtjes wegstrijk met mijn hand. Ze volgt de beweging van mijn hand met haar ogen. Dan kijkt ze me weer aan. Haar prachtige lippen, ik wil niets liever dan ze zoenen, maar ik durf niet. Ik durf het echt niet. Dan komt ze nog iets dichter naar me toe staan. Alsof ze een soort hint wil geven. Ik kijk naar haar ogen, naar haar lippen. En dan buig ik me naar haar toe. Straks wil ze dit niet! Die gedachte schiet nog door mijn hoofd vlak voordat mijn lippen die van haar raken. Ik geef haar een kus en kijk haar dan afwachtend aan, mijn mond nog steeds vlakbij die van haar. En dan geeft ze me een kus terug. Langzaam opent ze haar mond, drukt ze haar tong tegen mijn lippen aan, om ze vervolgens uit elkaar te duwen. Ik open mijn mond en eindelijk zoenen we echt. Alles om me heen verdwijnt, in een soort van draaikolk. Ik hoor en zie niets meer, ik voel alleen. Ik voel hoe ze me zoent, zo heerlijk. Hoe ze met haar handen over mijn rug heen wrijft, langzaam naar mijn haren toe beweegt. Haar adem die steeds sneller langs mijn gezicht gaat. De zoen, die steeds vuriger wordt. Ik voel de opwinding, die van haar, die van mezelf. Mijn handen, die onder haar truitje gaan. Over haar blote rug heen wrijven. Haar handen op mijn billen, ze drukken me steviger tegen haar aan. Zonder het zoenen te onderbreken duw ik haar met haar rug tegen de muur. Dan heel even stop ik en kijk ik haar aan. Met mijn handen pak ik die van haar en ik trek ze omhoog. Druk ze tegen de muur aan boven haar hoofd. Ze ademt snel, ze kijkt me aan, zo verlangend. Ze wil meer. Niets liever, ze mag alles, alles wat ze maar wil. Ze opent haar mond, wil wat zeggen, maar ik geef haar de kans niet. Ik druk mijn lippen weer op die van haar en zoek haar tong weer op. Gulzig beantwoord ze mijn zoen. Wat is dit heerlijk. Dit is liefde, dit is geluk, dit is alles. Alles wat telt, dit gevoel. Alles wat ik nodig heb. Maar dan gaat de deur open, er komt iemand binnen. Vlug stoppen we met zoenen en stap ik iets bij haar vandaan. Er komt een tweedejaars om de hoek tevoorschijn. We zijn net op tijd uit elkaar gegaan. Het lijkt erop dat ze niets gezien heeft. Angelien pakt me bij mijn hand en trekt me de toiletten uit. We kijken elkaar aan, een ondeugende glimlach verschijnt op haar gezicht. Het is overduidelijk dat we beiden naar meer verlangen. Dat de beelden van ons tweeën in de toiletten niet alleen bij mij door het hoofd schieten, maakt Angelien me al snel duidelijk. We zijn heel even alleen op de gang en ze trekt me snel naar zich toe. Weer zoenen we. Nog net op tijd zijn we weer uit elkaar als er een leraar aan komt lopen. Ze kijkt me weer aan, twijfelend deze keer. 'Heb je..,' 'Wil je misschien..,' 'Ik woon vlakbij school..' Zegt ze dan zachtjes. Voor het eerst lijkt ze verlegen te zijn, onzeker. Ze is lief, zoals ze nu is, afwachtend kijkt ze me aan. Ik geef haar nog geen antwoord. Ze draait haar hoofd, en er komt een onwennig kuchje uit haar mond. 'Oké, ik moest maar weer eens gaan, mijn les begint zo weer,' zegt ze dan. Duidelijk is meteen, dat ze zich voor deze vraag schaamt. Ze wil weglopen, maar ik pak haar bij haar arm. 'Ik ben erg benieuwd naar je kamer,' Antwoord ik dan. Ze is verlegen nu, lijkt net een klein meisje. 'Wil je nu gaan?' Vraagt ze dan. 'Je hebt toch nog lessen?'
'Ja, ik wil nu gaan,' 'Niets liever zelfs,' Zeg ik dan. Ik krijg een kus op mijn wang. En dan fluistert ze in mijn oor: 'Ik vond je al leuk toen ik je voor het eerst zag, een paar weken geleden.' Verbaasd kijk ik haar aan. 'Meen je dat?' vraag ik. 'Ja,'zegt ze op de bekende uitdagende manier. 'Wauw,' Zeg ik. 'Ik vind jou ook al een hele tijd leuk..' Nu ben ik degene die verlegen kijkt.
Ze trekt één wenkbrauw omhoog. 'Ja zoiets dacht ik al,'zegt ze dan terwijl ze duidelijk van het moment geniet. Verschrikt kijk ik op. En dan lachen we allebei. Ze pakt me bij mijn hand en samen lopen we naar buiten. Weg van alles, maar samen. Eindelijk samen.

Foto's!

Hieronder even een paar foto's van mij, gewoon met de webcam gemaakt:

 

 

 That's it for now..

Somebody

I want somebody to share
Share the rest of my life
Share my innermost thoughts
Know my intimate details
Someone who'll stand by my side
And give me support
And in return
She'll get my support
She will listen to me
When I want to speak
About the world we live in
And life in general
Though my views may be wrong
They may even be perverted
She'll hear me out
And won't easily be converted
To my way of thinking
In fact she'll often disagree
But at the end of it all
She will understand me

I want somebody who cares
For me passionately
With every thought and
With every breath
Someone who'll help me see things
In a different light
All the things I detest
I will almost like
I don't want to be tied
To anyone’s strings
I’m carefully trying to steer clear of
Those things
But when I'm asleep
I want somebody
Who will put their arms around me
And kiss me tenderly
Though things like this
Make me sick
In a case like this
I'll get away with it